Wenkbrauw

Grijze weerbarstige wenkbrauwen trillen gelaten. Stramme voeten sloffen naar het raam en ogen priemen vol verwachting naar buiten. Ze is er niet, opnieuw. Het kale hoofd buigt teleurgesteld en twee vingers wrijven de wenkbrauwen plat. Verrimpelde handen openen het raam, het oude lichaam buigt hunkerend naar voor. 

Een doffe knal weerklinkt door de straat. Het open raam driehoog; sprong of val. 

Advertenties

Loesje

Loesje stapt kordaat langs de achterdeur naar binnen, draait met haar sierlijke hoofd heen en weer en begint te ijsberen door de keuken. Haar trots wiebelende billen benadrukken haar brutale annexatie van mijn kookvesting. Ik protesteer luid, dreig met hakblok en soepkom, maar tevergeefs; mijn vrouw adoreert Loesje en ruilt mij in voor een knuffelkip.

De verpleger

“Je hebt mij geroepen?”
Het overslaande stemmetje klonk vreemd in de drukkende ziekenhuiskamer. Zijn zwarte snor benadrukte het zorgvuldig getrimde baardje.
“Pooiersnor”, dacht ik gemeen. Mijn hand tikte zenuwachtig de vasthangende handboeien tegen de rand van het bed.
Hij ververste sierlijk zorgzaam mijn doorbloede verband. “Meesterjanet” schoot het door mijn hoofd, en ik at met lange tanden mijn laatste avondmaal.